Thomas Bernhard – In Rome – Stimmen 2

Bernhard_StemmenimitatorZonder haar bij naam te noemen, refereert Thomas Bernhard in het verhaal ‘In Rome’ – hieronder in  een Friese vertaling te lezen – aan de dood van de in 1973 in Rome gestorven dichteres Ingeborg Bachmann, volgens sommigen een geval van zelfmoord, volgens anderen een gevolg van ‘het feit’ dat ze op haar hotelkamer in Rome met een brandende sigaret in slaap viel… Er is veel over haar dood gezegd, maar er valt niets (van) te zeggen. Doodsoorzaken. Todesarten. Bernhard rept in zijn verhaal weliswaar van ‘verschroeiingen’ en ‘verbrandingen,’ maar legt de oorzaak elders… Thomas skriuwt ûnder de titel:

In Rome

“In een Romeins ziekenhuis is de intelligentste en belangrijkste dichteres die ons land in deze eeuw heeft voorgebracht, aan de gevolgen van de verschroeiingen en verbrandingen gestorven, die zij in haar badkuip moet hebben opgelopen, zoals de autoriteiten hebben vastgesteld. Ik heb reizen met haar gemaakt en ik heb op deze reizen veel van haar filosofische inzichten gedeeld, ook haar inzichten over s werelds loop en gang van de geschiedenis, waarover zij haar hele leven verbijsterd was geweest. Vele pogingen van haar kant om naar haar Oostenrijkse vaderland terug te keren, leden steeds schipbreuk door de schaamteloosheid van haar vrouwelijke rivalen en de geesteloosheid van de Weense overheid. De tijding van haar dood herinnerde mij eraan dat zij de eerste gast in mijn nog volkomen lege huis was geweest. Zij was voortdurend op de vlucht geweest en in de mensen had zij altijd datgene herkend dat zij ook werkelijk zijn, de stompzinnige, geesteloze, nietsontziende massa, waarmee je inderdaad alleen maar kunt breken. Zij had evenals ikzelf reeds zeer vroeg de toegang tot de hel ontdekt en was deze hel binnengegaan, zelfs op het gevaar af reeds zeer vroeg in deze hel te gronde te gaan. De mensen gissen nog steeds, of haar dood alleen maar een ongeluk of inderdaad zelfmoord is geweest. Zij die aan de zelfmoord van de dichteres geloven, zeggen steeds weer dat zij aan zichzelf kapot is gegaan, terwijl zij in werkelijkheid natuurlijk alleen maar aan de wereld om zich heen en in de grond van de zaak aan de gemeenheid van haar vaderland kapot is gegaan, die haar, als zo vele anderen, ook in het buitenland overal achtervolgde.”  


Thomas Bernhard, die evenals zijn landgenote Bachmann een meer dan ambivalente houding tegenover zijn vaderland had, zeg maar gerust dat hij Oostenrijk haatte

Oostenrijk

Ingeborg Bachmann, in 1926 in Klagenfurt in Oostenrijk geboren, studeerde filosofie en psychologie, promoveerde op het werk van de Duitse filosoof Martin Heidegger en debuteerde in 1953 met de alom geprezen poëziebundel Die Gestundete Zeit. Ze doceerde onder meer in Boston, verhuisde naar Rome, maar verbleef ook regelmatig in Parijs. Ze verzeilde er in een even overweldigende als hopeloze liefdesverhouding met de ook in Parijs wonende dichter Paul Celan, met wie ze, jaren aaneen, een pijnlijk hartstochtelijke briefwisseling voerde.

Thomas Bernhard, die evenals zijn landgenote Bachmann een meer dan ambivalente houding tegenover zijn vaderland had, zeg maar gerust dat hij Oostenrijk haatte, en die haar beschouwde als een van de weinige schrijvers die zich niet had laten corrumperen door de macht van God en Staat – de staat als de gewetenloze schurk en inbreker die volgens Bernhard altijd en zonder meer een inbreuk betekent op de vrijheid van het menselijk individu – stelt in zijn verhaal ‘In Rome’ dat “[zij] die aan de zelfmoord van de dichteres geloven [steeds weer] zeggen dat zij aan zichzelf kapot is gegaan, terwijl zij in werkelijkheid natuurlijk alleen maar aan de wereld om zich heen en in de grond van de zaak aan de gemeenheid van haar vaderland kapot is gegaan, die haar, als zo vele anderen, ook in het buitenland overal achtervolgde.”

Op grond van de briefwisseling tussen Ingeborg Bachmann en Paul Celan, in 2009 uitgebracht onder de titel Herzzeit, kan gezegd, dat Bernhard zijn verklaring voor het ‘ongeluk’ dat Bachmann overkwam misschien te stellig is, maar let wel, het verhaal, afkomstig uit de verhalenbundel De stemmenimitator (1981), is fictie.

Yn Rome

“Yn in Romeinsk sikehûs is de meast yntelligente en de meast foaroansteande dichteres dy’t ús lân yn dizze ieu fuortbrocht hat, ferstoarn oan de gefolgen fan ferskroeiïngs of ferbrânings dy’t se oprûn hawwe moat yn har baaikeamer, sa’t dat troch de autoriteiten fêststeld is. Ik haw reizen mei har makke en op dizze reizen haw ik in protte fan har filosofyske ynsichten dield, ek har opfettings oer it berin fan de wrâld en de rin fan de skiednis, dêr’t se, ferbjustere, in libben lang troch fan slach west hat. It tal kearen dat se besocht hat en kear nei har heitelân werom, rûnen alle kearen weroan stikken op it skamteleaze tsjinakseljen fan har froulike rivalen en troch de stompsinnigens fan de Weenske oerheden. It boadskip fan har dea brocht my yn it sin dat se de earste gast west hie yn myn doe noch folslein net oanklaaide wente. Se hie allegeduerigen op ’e flecht west en yn de minsken hie se altiten dat weromsjoen wat se yn wêzen ek wienen, de ôfstompende, ûnsinnige massa sûnder gewisse, dêr’t men, yndie, allinne mar mei brekke kin. Lykas iksels hie se al moai betiid de yngong ta de hel ûntdutsen  en se wie ta dizze hel yngien, op hals en kiel dat se, sels, folle earder, oan dizze hel te lider gean soe. De minsken binne noch altiten yn it rieden oft har dea ienfâldich in ûngelok west hat of yndie selsmoard. Dejingen dy’t tinke dat de dichteresse harsels tekoart dien hat, sizze altiten dat se oan harsels stikken gien is, wylst se yn werklikheid fansels inkeld oan de wrâld om har hinne te lider gien is en yn de grûn fan de saak oan de leechhertigens fan har heitelân, dy’t har, lykas safolle mei har, ek yn it bûtenlân oeral hjitfolge.”

Thomas Bernard, De stemmenimitator (Thomas Graftdijk en Hans W. Bakx, De Arbeiderspers, Amsterdam 1981), 138-139.