Beeldhouwster Eja Siepman van den Berg – Marmer, Lichaam en Tijd

(16-02) ‘Kunst heeft eigenlijk altijd ten diepste te maken met vergankelijkheid,’ zegt beeldhouwster Eja Siepman van den Berg in het filmportret dat Stijn van Loo een aantal jaren geleden van haar maakte. ‘Het is een soort klaagzang of juist een soort lofzang op het leven, een klaagzang omdat je weet dat alles stopt.’

 

In haar werkruimte achter de galerie ‘Projectruimte Hoofdstraat 17’ in Beetsterzwaag loopt ze, zacht en bijna bedeesd sprekend, langs een wassen beeld dat ooit te lang in de zon achter het venster stond. ‘Dan pas zie je wat er gebeurt. Er lag een enorme zwarte plas op de grond.’

Halverwege de film rept ze van ‘het jonge leven van de beelden’. De beeldhouwster doelt op dat werk dat, pas voltooid, in zekere zin nog gevrijwaard is van de later, alles slopende tijd. ‘Dat leven is maar een moment, één moment in de tijd. Daarna worden de beelden ouder en is alles weer voorbij.’

Het was een stormachtige zondag, half februari – – het Coronaspook had het land nog niet gevloerd, het was iets wat elders zijn plagen vertoonde, ergens ver weg in China , ergens ver weg in China – toen in Beetsterzwaag de expositie ‘Fighting time with marble’ van Siepman van den Berg openging.

De titel ontleende de beeldhouwster aan het gedicht ‘To The Stone-Cutter’ van de Amerikaanse dichter Robinson Jeffers (1887-1962):

Stone-cutters fighting time with marble, you fore-defeated
Challengers of oblivion
Eat cynical earnings, knowing rock splits, records fall down,
The square-limbed Roman letters
Scale in the thaws, wear in the rain. The poet as well
Builds his monument mockingly:
For man will be blotted out, the blithe earth dies, the brave sun
Die blind, his heart blackening:
Yet stones have stood for a thousand years, and pained thoughts found
The honey peace in old poems.

De beelden in de tentoonstelling ‘Fighting time with marble’ werden hoofdzakelijk gemaakt tussen 2016 en 2019. Een deel ervan ontstond in Pietrasanta, een streek aan de Toscaanse kust in Italië waar het soort marmer wordt gewonnen dat Siepman van den Berg voor haar beelden gebruikt en waar ze ook verschillende malen verbleef om er te werken.

De inrichting en vormgeving van de tentoonstelling – klassiek, sober en minimalistisch – was in handen van de uit Vlaanderen afkomstige galeriehouder Roland Jansen die eerder in Antwerpen onder meer galerie Schoots + Van Duyse bestierde.

Voor de opening van de expositie gaf Jansen een aantal schrijvers en dichters de opdracht om een tekst te schrijven bij de beelden van Siepman van den Berg. Ik kwam uit bij het beeld met de titel ‘Staand meisje’.


STEAND FAMKE

Sinne skept it skaad fan har brûnzen byld: sylhûet dat him rank en smel oer de ierde bûcht. Del strykt in iisfûgeltsje, middenyn har omtrek, fluitet dách, earne op hichte fan har djip ferstutsen hert. Ek al is hja hannen en holle brek, folslein is har bestean oant op ’e lêste line fan har ferskining. Utlêzen trochtocht yn elke hoeke fan har wêzen, stiet se oars net te wêzen as romte, ritme en foarm, allinne yn it ljocht fan in lette middei oer it park lyts, linich liet fan ivichheid op elk flak.

 

STAAND MEISJE

Zon schept de schaduw van haar bronzen beeld: silhouet dat langgerekt zich over de aarde buigt. Een ijsvogeltje vindt een plek middenin haar omtrek, zingt dág, ergens ter hoogte van het verscholen hart. Ook al ontbreken armen en hoofd, volledig is haar bestaan tot op de laatste lijn van haar verschijning. Uitgelezen doordacht in elke hoek van haar wezen staat ze niets anders te zijn dan ruimte, ritme en vorm, alleen in het licht van een late namiddag over het park, klein, lenig lied van eeuwigheid op elk vlak.

@Eeltsje Hettinga

 

 

 

 

Alle tijd is er nog, in haar werk (LC 2020-02-17)

Gitte Brugman

Het voormalige grietenijhuis van Beetsterzwaag is behalve Projectruimte Hoofdstraat 17 ook de plek waar beeldhouwer Eja Siepman van den Berg woont en werkt. Hier is haar expositie Fighting time with marble te zien.

Tientallen bezoekers hebben storm Dennis getrotseerd om vandaag het werk van Eja Siepman van den Berg in volle glorie te aanschouwen. De titel van de expositie is ontleend aan het gedicht To The Stone-Cutters van Robinson Jeffers. ,,Maar weet je dat hij ook spreekt over dichters?”, vraagt de kunstenares.

Op de uitnodiging staat een fragment uit Jeffers’ gedicht naast een foto van de marmergroeve bij Pietrasanta in Italië. De plek waar het marmer van Siepman van den Bergs beelden vandaan komt, en waar ze zo nu en dan werkt. Tegen de steile helling van de groeve zigzagt een smal pad tot een brede richel. Hier ligt de witte steen, in grote blokken uit de bergwand gesneden, als blokjes uit een stuk kaas. Behalve dan dat de harde steen zich verre van gemakkelijk laat snijden. ,,(…) Eat cynical earnings, knowing rock splits, records fall down…”, zo beschrijft Jeffers het moeizame bestaan van de arbeiders.

stone-cutters

Dit materiaal doorstaat de tand des tijds, ook lang nadat en kunstenaars dit aardse bestaan hebben verlaten. Het is met hun werk dat ze de tijd trotseren. Bert Looper, directeur van Tresoar, betoogt dat er verschillende manieren zijn om tijd te ervaren. Als we in deze jachtige tijd vooruit kijken is ‘tijd’ de spaarzame ruimte voor een deadline, voor het eten klaar is, of voor een volgende vergadering. Een paar minuten om iets anders te doen dan de agenda voorschrijft.

Terugblikkend hebben we het over de historische tijd als een lijn, een stroom in één richting. Als jongen was Looper zich hiervan bewust en hij probeerde de tijd te manipuleren door zijn omgeving in kaarten te vatten, en deze met water en lucifers te ‘verouderen’. Vervolgens verstopte hij het resultaat, om die met zijn vriendjes ‘op te graven’. Later las hij Herfsttij der Middeleeuwen van historicus Johan Huizinga, waarvan hij zich de beginzin nog helder voor de geest kan halen: ,,Toen de wereld vijfhonderd jaar jonger was…” Het droeg bij aan de illusie dat hij grip op de tijd zou kunnen krijgen, vertelt hij.

In de loop der jaren realiseerde hij zich dat hij dit idee achter zich moet laten. ,,Mijn weg door de geschiedenis, als historicus en archivaris, is steeds meer een manier om tot verzoening met de tijd te komen. In Tresoar is alle tijd om me heen. Bijvoorbeeld van het eerste exemplaar van de Leeuwarder Courant uit 1752 tot de krant van gisteren. Die kun je zo pakken.”

Beelden weten – net als gedichten – de tijd te trotseren

Hetzelfde geldt voor het werk van Siepman van den Berg, betoogt hij. ,,De klassieke oudheid en tijdloosheid komen er sterk in naar voren.” Hij draagt een gedicht van Theun de Vries voor, die ook worstelde met de tijd. „Gjin maten mear. Tiid is net te ferbidden. / Wûn en ferlern. En dochs: gjin spoar is wei.” En het is dat laatste, dat ook bij de beelden in de Projectruimte aansluit: ,,Alle tijd is er nog, in haar werk.”

Het beeld Staand meisje heeft Eeltsje Hettinga geïnspireerd: (…) ,,Utlêzen trochtocht, yn elke / hoeke fan har wêzen, stiet se oars net / te wêzen as ritme, romte en / foarm yn it lette ljocht fan / in middei oer it park, ay, lyts, linich / liet fan ivichheid, op elk flak.’’ Een moment dat tegelijk een eeuwigheid inhoudt.

En ook dichter Peter van Lier draagt een gedicht voor. Hij mocht zes jaar geleden – bij de laatste editie van NOK, met de beste nieuwe kunst van Noord-Nederland – zes weken lang wonen en werken op deze plek, die toen nog Galerie Wagemans heette. Het was de tijd van economische crisis en culturele kaalslag, maar door zich steeds enkele dagen te richten op een van de werken ontstond een bundel columns en ,,verliet ik moet opgeruimd gemoed het pand”, zegt hij.

Hij verhaalt hoe Siepman van den Berg jong in de ban is geweest van Brancussi. Ze maakte daarom als beeldhouwer een abstracte start, maar ,,kreeg heimwee naar het menselijk lichaam”. De abstractie bleef echter bij haar, en leidde tot die zo typische stijl van abstracte mensfiguren. Van Lier: ,,(…) een beeld dat zonder hoofd en armen (blij toe) / de bevrijding viert van een overbodige persoonlijkheid.”

Persoonlijkheden zijn immers vluchtig. Het zijn beelden en gedichten die de tijd overleven. Of zoals Jeffers dichtte: ,,Yet stones have stood for a thousand years, and pained thoughts / found the honey peace in old poems.”

Beetsterzwaag – Projectruimte Hoofdstraat 17, vr t/m zo 13-17 u, t/m 19 april

ejasiepmanvandenberg.com
projectruimte-hoofdstraat17.com