Het echec van de Piter Jelles-prijs 2019 – Gemeente Leeuwarden

(06-11) De biografie ‘Triomfen en tragedies van een uitmiddelpuntig man. Joost Halbertsma 1789-1869′ van cultuurhistoricus en letterkundige Alpita de Jong kreeg het afgelopen jaar lovende recensies: een vijf sterrenrecensie in NRC-Handelsblad, lof en hulde in Trouw en op Biografieportaal. Soortgelijke lofprijzingen bij literatuurrecensent Jelle van der Meulen. Toch kreeg de biografie dit jaar geen nominatie voor de Piter Jelles-prijs van de gemeente Leeuwarden.

Joost Hiddes Halbertsma is, zo laat Alpita de Jong zien, zonder meer de grootste Friese schrijver en dichter van de 19de eeuw, een kosmopoliet avant la lettre die als taalwetenschapper en doopsgezind predikant overal in de wereld zijn contacten had. De uit Grou afkomstige bakkerszoon studeerde in Amsterdam en Heidelberg.

Samen met zijn broers Eeltsje en Tjalling was hij onder meer verantwoordelijk voor de inmiddels klassieke Rimen en Teltsjes, een verzameling volksverhalen, sprookjes, gedichten en samenspraken. Halbertsma toonde zich in verhalen als ‘It Heksershol’ een groot humorist. Satire en spot pasten zijn vrije en onafhankelijke geest.

De gebroeders gaven met hun werk een nieuwe impuls aan de Friese literatuur. Tijdens zijn periode als predikant in Bolsward en later in datzelfde ambt in Deventer kwam hij onder meer over de vloer bij Cornelis Salverda, de tragische schoolmeester van Wons, voor wiens overigens nog steeds zeer leesbare Friese poëzie hij zich sterk maakte.

Halbertsma, de wereldburger, schreef even gemakkelijk met de gebroeders Grimm, Jacob van Lennep en Bilderdijk als met de staatsman Thorbecke, bij wie hij ook op visite kwam. Hij correspondeerde met de belangrijkste taalgeleerden van Europa over wetenschap en politiek, bezocht tijdens zijn lange leven – hij werd bijna tachtig – Londen, Parijs en Rome en zocht tussen de bedrijven door soms rust op de geërfde familieboerderij van zijn vrouw, vlak onder Workum.

‘een geweldig boek’

Alpita de Jong (1962) zet het werk van Halbertsma in een brede sociaaleconomische en culturele context. Hij wordt bij haar, zogezegd, een Friese Europeaan. De levendige stijl waarmee ze het veelzijdige leven en werk van Halbertsma uit de doeken doet en de afwisseling tussen verschillende verhaallijnen, zorgen ervoor dat het rijk geïllustreerde, door Monique Vogelsang vormgegeven boek – het telt 600 bladzijden – bepaald niet saai is geworden.

‘Ooit had hij [Halbertsma, e.h.] twee weken opgesloten gezeten,’ zo begint Alpita de Jong het sub-hoofdstuk ‘Bravour en bittere tranen’, onderdeel van het hoofdstuk Nederland-Europa: Tumult, ‘vanwege een noordwesterstorm die maar niet wilde gaan liggen. (…) Hij had toen zijn redevoering over Cornelis Salverda op papier gezet. Het was nu winter en alweer raasde er een storm over het land. En alweer nodigde het natuurgeweld uit tot schrijven.’

Boeddha

Halbertsma was actief op vele terreinen. In Nederland was hij bijvoorbeeld de eerste die over het boeddhisme publiceerde. In 1843 kwam hij met het boek Buddhisme en zijn stichter. Als doopsgezinde dominee joeg hij zijn medechristenen ermee op stang, wist hij. Het kon de vrijgeest die Halbertsma was niet deren. Zijn belangstelling voor Boeddha was niet zozeer bepaald door de religie, maar door de taal, het Sanskrit, die hij op een wonderlijk ingenieuze manier met het Fries als Indo-Germaanse taal wist te verbinden.

Atte Jongstra schreef in NRC-Handelsblad: “Voor een biograaf is hij zo ongeveer een ideaal onderwerp. Hij staat midden in de wereld, is ontzaglijk ambitieus, heeft contact met vele groten van zijn tijd, zijn leven is kleurrijk, beweegredenen en psychologie (bergen en dalen) roepen de nodige vragen op. Alpita de Jong zette er haar tanden in en schreef een geweldig boek. Nuchter, helder, met smaak voor het ‘uitmiddelpuntige’.”

‘diversiteit’

Ondanks alle lofuitingen voor de in 2018 verschenen biografie – twee kilo zwaar, tien jaar werk – kwam er geen nominatie voor de Piter Jelles-prijs van de gemeente Leeuwarden, een literaire prijs voor zowel Friestalige als Nederlandstalige werken, waarin of door de taal of door het onderwerp een relatie met Friesland tot uitdrukking komt.]

‘In de begeleidende redactionele inleidingen en commentaren bij de uitgave werd tot veler verbazing met geen woord gerept van de politieke wantoestanden op Malta. Redelijk verbijsterend na alle commotie van een half jaar eerder.’

In feite gaat het om een brede cultuurprijs. Alle genres tellen mee. Predikant-historicus J.J. Kalma kreeg de prijs ooit voor zijn Troelstra-bibliografie, Hartog Beem voor zijn artikelen en boeken over het Joodse leven in Nederland en schrijver-dichter Aggie van der Meer ontving de prijs in 2011 voor haar inmiddels klassieke roman Oerfeart.

Jury Piter Jelles-prijs 2019: Goffe Jensma, Kirsten van Santen, Coen Peppelenbos.

De jury van ‘de Piter Jelles’, die dit jaar bestond uit schrijver Coen Peppelenbos, journaliste Kirsten van Santen en Goffe Jensma, hoogleraar Friese taal en letterkunde, kwam met een lijst van maar liefst elf genomineerden. Een kwantitatief bepaalde keuze, bedoeld om, zo zegt de jury, de diversiteit van het Friese literaire veld te laten zien.

tombola

Ondertussen kijken schrijvers en lezers naar een tombola van genomineerden, een spel van onvergelijkbare grootheden. Een met veel propagandageld tot stand gekomen viertalige uitgave zoals het in de herfst van 2018 verschenen Poetic Potatoes gaat boven de met vijf sterren bekroonde biografie van Joost Halbertsma.

In mijn blog over de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia schreef ik vorige maand (17-10) over Poetic Potatoes, een uitgave die het resultaat was van een uitwisselingsproject tussen Malta en Fryslân: ‘In de begeleidende redactionele inleidingen en commentaren bij de uitgave werd tot veler verbazing met geen woord gerept van de politieke wantoestanden op Malta. Redelijk verbijsterend na alle commotie van een half jaar eerder.’

onvergelijkbaar

De Piter Jelles-jury heeft de verscheidenheid van het Friese literaire veld willen benadrukken. Dat betekent dat een toneeltekst als Oera Linda: The mjoesikul, mede gebaseerd op het proefschrift De Gemaskerde God. François Haverschmidt en het Oera Linda-Boek van Goffe Jensma, het moet opnemen tegen bijvoorbeeld de liefdesgedichten van Sipke de Schiffart.

Het genre van de biografie, een weinig beoefend, maar langzaam op gang komend genre in de Friese literatuur – dit voorjaar verscheen van oud-hoogleraar Friese taal- en letterkunde Philippus H. Breuker de omvangrijke biografie Dreaun fan ierde’ dream over de Friese dichter Obe Postma – viel bij deze jury buiten de boot.

Benieuwd op grond van welke argumenten de alom geprezen Halbertsma-biografie van Alpita de Jong buiten de Piter Jelles-deur moest worden gelaten. Een vorm van Friesland op zijn smalst? In ieder geval een echec van jewelste.

Eeltsje Hettinga, dichter fan Fryslân

‘De lapekoer fan Gabe Skroar’ (1822) met een opdracht van Joost Halbertsma aan Willem Bilderdijk. Triomfen en tragedies van een uitmiddelpuntig man Joost Halbertsma 1789-1869, hfdst. II, p. 119.